Urbex

Forgotten Fords in a Vanished Mine

3 november 2026 0 views

In the region around Liege and Charleroi, you can still find traces of Belgium’s industrial past in the form of abandoned coal mines. Once powerful industrial complexes empowering thousands of workers, these sites helped fuel the country’s industry. Today, many have disappeared or become silent reminders of a bygone era. Charbonnage du Renard was one of those special places


De mijn begon bescheiden, maar groeide in de achttiende en negentiende eeuw uit tot een van de belangrijke steenkoolbedrijven in de regio. Rond 1930 bereikte de productie een record van maar liefst 620.000 ton steenkool. Er werkten toen tweeduizend mensen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de Europese mijnbouw het steeds moeilijker. De kolencrisis leidde tot de sluiting van talloze mijnen en in 1969 viel ook voor Charbonnage du Renard het doek.

Een onverwachte ontdekking


Toen ik de locatie in 2018 voor het eerst bezocht, was er van de oorspronkelijke mijn niet veel meer over. De mijnschacht was verdwenen en op het terrein stond vooral nog een oud gebouw waar mijnwerkers zich vroeger omkleedden en douchten. Ook de administratieve ruimtes, ziekenboeg en loonhal bevonden zich hier.


Maar de grootste verrassing zat achter de gevels.

Na de sluiting was het terrein in handen gekomen van een garagebedrijf. In de oude loonhal en de kelder stonden tientallen oude auto's, veelal Fords, in allerlei stadia van verval. Ook buiten stonden roestige voertuigen tussen het onkruid. De combinatie van industriële geschiedenis, achtergelaten spullen en oude auto's maakte dit een heerlijke plek om met de camera rond te dwalen.


Een eerste rondje om het gebouw leverde weinig op. Door de ingeslagen ramen zag ik vooral lege, vernielde ruimtes. Ik stond eigenlijk al op het punt om te vertrekken toen ik een verscholen deur ontdekte. Die bleek niet op slot te zitten. Soms zit het mee in de urbexwereld!


Binnen trof ik een chaotische verzameling auto's, onderdelen en vergeten materialen aan. Deuren hingen scheef, motoronderdelen ontbraken en roest had langzaam bezitgenomen van het metaal. Een klimop groeide door de grille van een oude Ford. In een andere ruimte lagen restanten van de garageboekhouding tussen het puin. Buiten probeerde de natuur ondertussen het terrein terug te veroveren.


Voor mij was dat precies de charme van urbex: niet alleen het gebouw fotograferen, maar ook de sporen van wat zich hier ooit heeft afgespeeld. Wie werkte hier? Welke auto reed nog toen de garage zijn deuren sloot? En waarom bleven al die spullen achter?


Twee bezoeken, een blijvende herinnering


Ik bezocht Charbonnage du Renard zowel in 2018 als in 2019. Beide keren was er genoeg te ontdekken en te fotograferen. Van autowrakken en een skelet van een benzinepomp tot vervallen ruimtes, oude machines en kleine details die je gemakkelijk over het hoofd ziet. De locatie was goed toegankelijk en bood telkens nieuwe mogelijkheden om prachtige beelden te maken.


Inmiddels is het terrein opgeruimd. De auto's zijn verdwenen en het gebouw is gesloopt. Wat ooit een fascinerend industrieel landschap was, bestaat niet meer zoals ik het heb leren kennen. Een bezoek brengen voor urbex is zinloos.


Dat maakt de foto's achteraf alleen maar waardevoller. Ze bewaren een stukje geschiedenis dat je niet meer kunt bezoeken. Voor mij zijn het niet zomaar foto's van roestige auto's en vervallen gebouwen, maar herinneringen aan twee fijne urbexmomenten. Aan het rustig rondkijken, onverwachte ontdekkingen doen en met de camera verhalen proberen te vertellen over een plek die langzaam uit het geheugen verdwijnt.


En misschien is dat wel een van de mooiste kanten van urbexfotografie: je weet dat de plek er morgen misschien niet meer is, maar jouw beelden kunnen het verhaal nog jarenlang doorvertellen.



November 2026