Urbex

The Last Days of Liège’s Steel Giants

10 september 2026 1 views

De geschiedenis van het complex ging terug tot Cockerill-Sambre, een Belgische staalproducent met vestigingen langs de Maas in Seraing, Cheratte en Herstal en langs de Samber in Charleroi. Het bedrijf was in 1981 ontstaan uit een fusie van het Luikse Cockerill met Hainut-Sambre uit Charleroi. In 1998 werd Cockerill-Sambre overgenomen door Usinor, dat in 2001 Arcelor werd en uiteindelijk in 2006 opging in ArcelorMittal.


Ik bezocht het complex In Luik aan de Maas twee keer, in 2019. Het was een indrukwekkende plek om te fotograferen. Binnenkomen bleek ondertussen kinderlijk eenvoudig. Aan de achterkant was een hek neergehaald en we konden zo het terrein oplopen. Een deel van de machines werkte nog en er waren zelfs nog medewerkers aanwezig. Dat maakte het verkennen meteen een stuk spannender. Voorzichtigheid was geboden en ongezien rondlopen was bepaald geen overbodige luxe. Gelukkig werden we niet gestoord en konden we met onze foto’s ongehinderd het terrein weer verlaten.


Wat we in Serain aantroffen, was vooral een enorme hoeveelheid staal. Complete kantoren waren verlaten, terwijl sommige magazijnen nog deels gevuld waren met nieuwe voorraden. Ook stond er een wagon waarmee het gloeiende, vloeibare staal werd vervoerd. Alles bij elkaar vormde het een gigantische warwinkel waarin we maar met moeite wijs konden worden.


Toch vertelde vrijwel ieder onderdeel iets van de geschiedenis van het complex. Voor ons lag een complete wereld waarin ijzer uit erts en kolen werd gemaakt. Een industrie die hier jarenlang had gedraaid, werd nu langzaam ontmanteld en gesloopt.


Een van de meest indrukwekkende plekken was het platform onder aan de hoogoven. Hier werd zuurstof toegevoegd om de verbranding te stimuleren. Juist daar maakte ik een foto die voor mij de essentie van het hele complex en van onze fotografische excursie vastlegde.


Om een beeld te krijgen van de enorme omvang van het terrein maakte ik daarnaast een aantal overzichtsfoto’s en legde ik details vast. Uiteraard bleef mijn fotografische verslag onvolledig. Daarvoor was het complex simpelweg te groot en te veelomvattend.


Hoe groot de operatie was om het hele gebied langs de Maas te slopen, zagen we pas in 2025 goed. We reden opnieuw langs de fabriek en zagen dat een groot deel van het terrein inmiddels leeg was. Alleen grote bergen ijzer herinnerden nog aan wat hier had gestaan.


Ik schatte dat nog ongeveer 25 procent van het oorspronkelijke complex overeind stond. Wat in 2019 nog voelde als een immense verlaten staalwereld, was langzaam aan het verdwijnen.


September 2026

Herman