
Het begon eigenlijk met een idee dat bijna idealistisch aanvoelde. In de Sovjet-Unie werd het recht op rust voor arbeiders al vroeg vastgelegd in de grondwet van 1936. Artikel 119 garandeerde jaarlijkse vakanties met volledig loon en toegang tot een uitgebreid netwerk van sanatoria. Nog eerder, in 1922, stond in de arbeidswet al dat elke arbeider recht had op twee weken betaald verlof. Vanuit dat gedachtegoed verrezen door het uitgestrekte Sovjetgebied honderden sanatoria. Plekken die niet alleen bedoeld waren om te rusten, maar om te herstellen, zodat mensen daarna weer productief konden terugkeren.

In Georgië, ten zuiden van de Kaukasus, kreeg dat idee een bijna monumentale vorm in Tskaltubo. De radonrijke bronnen daar hadden een constante temperatuur van 33 tot 35 graden en konden direct worden gebruikt, zonder verwarming. Dat maakte de plek bijzonder en zorgde ervoor dat Tskaltubo al vroeg in de belangstelling stond. In 1920 werd het gebied genationaliseerd en vijf jaar later verschenen de eerste faciliteiten. In 1931 werd Tskaltubo officieel aangewezen als premium kuuroord en balneologisch centrum.

In 1933 volgde een ambitieus masterplan waarbij de infrastructuur in een cirkel rond de bronnen werd georganiseerd. Later kwamen daar in de jaren vijftig en tachtig nog twee masterplannen bij. Wat zich in de decennia daarna ontwikkelde, was indrukwekkend in schaal. Tussen de jaren twintig en tachtig verrezen hotels, negen badhuizen, 22 sanatoria en een Hydro minerale onderzoeksinstelling. Veel van die gebouwen droegen die typische Sovjetarchitectuur die vandaag nog steeds als een soort stille erfenis overeind staat.

In de gouden jaren trokken honderdduizenden bezoekers naar Tskaltubo. In 1953 kreeg de plaats zelfs officieel stadsstatus. Een spoorlijn verbond het direct met Moskou. Bezoekers kwamen met putevki, medische vouchers voor gratis behandelingen, terwijl ook de Sovjetelite de weg naar het kuuroord vond. Het geheel ademde een periode van groei en welvaart. Tegen 1989 telde de stad zo’n 21.000 inwoners.

Toen we er in 2022 rondliepen, hing die geschiedenis nog steeds in de lucht, maar vooral de stilte viel op. De omslag kwam abrupt in 1991 met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Tskaltubo viel van het ene op het andere moment stil. Een jaar later, in 1992, werden de lege sanatoria plots gevuld met mensen die op de vlucht waren voor de oorlog in Abchazië. Zo veranderde het kuuroord in een tijdelijke thuisbasis voor zo’n 10.000 ontheemden, die er uiteindelijk decennialang zouden blijven wonen.

Het ronddwalen door die grote verlaten gebouwen, elk in een andere staat van verval, had iets spannends. Je keek voortdurend naar wat er nog stond, maar vooral naar wat er ooit geweest moest zijn. De geschiedenis voelde hier niet ver weg; die zat in elke gang en elke scheur in het beton. Met de camera probeerde ik vast te leggen wat zich telkens voor mijn ogen afspeelde, al wist ik dat je zo’n plek nooit helemaal kunt vangen.

We hedden inmiddels al de nodige urbexlocaties bezocht tijdens verschillende reizen, maar Tskaltubo bleef hangen. Het stond voor mij zonder twijfel op de shortlist. Niet alleen vanwege de schaal of het verval, maar omdat het een plek was waar geschiedenis, stilte en verbeelding zo dicht op elkaar lagen dat ze bijna niet meer te scheiden waren.
Herman , mei 2026